ECLI:NL:CBB:2005:AS5068
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit tegemoetkoming op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de definitieve tegemoetkoming op grond van artikel 86 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) werd vastgesteld. De zaak betreft een voorschot en de berekening van de dagvergoeding en wettelijke rente na maatregelen die zijn genomen in het kader van de bestrijding van de vogelpest.
Na een taxatie op 7 april 2003 werd een voorschot van 7.905,78 euro toegekend en betaald op 27 mei 2003. Appellant verzocht om betaling van wettelijke rente over het voorschot vanwege vertraging. De Minister stelde de definitieve tegemoetkoming vast op 10.001,78 euro en kende een aanvullende betaling toe. Het bezwaar van appellant werd deels gegrond verklaard met betrekking tot de dagvergoeding, maar het verzoek om rente over het voorschot werd afgewezen.
Het College oordeelt dat de Minister niet in verzuim was omdat de betaling binnen de door hem gehanteerde termijn van vier weken bleef, ondanks de vertraging veroorzaakt door de crisissituatie. Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel faalt. Ook een persoonsverwisseling in de stukken doet aan de rechtmatigheid van het besluit niets af. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. M.A. van der Ham namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 27 januari 2005.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.