ECLI:NL:CBB:2005:AS5143
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
College van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen intrekking toelating bestrijdingsmiddelen
Appellanten, houtverduurzamingsbedrijven, maakten bezwaar tegen besluiten van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB) waarbij toelatingen van koperhoudende en koper-chroom(-arseen) bestrijdingsmiddelen werden ingetrokken of verlengingsaanvragen werden afgewezen.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellanten geen toelatinghouders zijn en hun belangen slechts afgeleid via contracten met toelatinghouders zouden zijn. Appellanten stelden dat zij rechtstreeks en in belangrijke mate in hun economische belangen worden getroffen doordat zij geen alternatieve middelen hebben.
Het College oordeelt dat appellanten wel rechtstreeks belanghebbenden zijn voor zover het gaat om de intrekking van toelatingen, omdat het verbod op het gebruik en voorhanden hebben van de middelen ook hen direct raakt. Voor de afwijzing van verlengingsaanvragen geldt dat zij slechts een afgeleid belang hebben en dus niet ontvankelijk zijn.
Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de intrekking betreft en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de intrekking van toelatingen en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover appellanten onterecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.