ECLI:NL:CBB:2005:AS5224
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit superheffing melk wegens onvoldoende motivering evenredigheidsmethode
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de hoeveelheid melkequivalent waarop superheffing werd geheven over de periode 2001/2002. Verweerder handhaafde het besluit waarbij een evenredige vermindering werd toegepast voor aangekochte melk, maar appellante stelde dat de gehele aangekochte melk in mindering had moeten worden gebracht.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of verweerder terecht de evenredigheidsmethode hanteerde zonder nadere gegevens over de herkomst van de melk in de verkochte zuivelproducten. Appellante overhandigde een gedetailleerde productadministratie waaruit de herkomst van de melk kon worden afgeleid, maar verweerder bleef vasthouden aan zijn methode.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet volstond met de door appellante overgelegde gegevens en dat het besluit daardoor in strijd was met het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro). De verwijzing naar artikel 30 van Pro de Regeling superheffing 1993 was onvoldoende onderbouwd.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vaststelling van de superheffing wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder dient opnieuw te beslissen.