ECLI:NL:CBB:2005:AS5297
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivervoervergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant, exploitant van een taxi-onderneming, kreeg een vergunning verleend op basis van de vakbekwaamheid van een procuratiehouder, C. Na onderzoek concludeerde de Minister van Verkeer en Waterstaat dat C niet langer permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming, zoals vereist volgens de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
De Minister trok daarom de vergunning in, waarop appellant bezwaar maakte. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de Minister bevoegd was om na vergunningverlening onderzoek te doen naar de feitelijke invulling van de vakbekwaamheid en dat het vertrouwen van appellant niet zodanig was dat intrekking uitgesloten was.
Het College stelde vast dat de werkzaamheden van C beperkt waren tot het aangeven van rijgebieden en niet de inhoudelijke leidingvoering omvatten die wettelijk vereist is. De intrekking was daarom terecht en het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de taxivervoervergunning bevestigd.