ECLI:NL:CBB:2005:AS7073
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing tegemoetkoming schade op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar tegen een schadevergoeding op grond van artikel 86 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) ongegrond werd verklaard.
De zaak betreft de preventieve ruiming van het leghennenbedrijf van appellant vanwege Aviaire Influenza. De waarde van de dieren en eieren werd vastgesteld en vergoed, maar appellant vordert vergoeding voor het in silo's opgeslagen voer, de kosten van afvoer en vernietiging van voer en mest, en gederfde inkomsten door gedwongen sluiting.
Het College oordeelt dat artikel 86 Gwd Pro slechts vergoeding biedt voor schade aan dieren, producten en voorwerpen die krachtens artikel 22 Gwd Pro zijn gedood of onschadelijk gemaakt. Het voer in silo's en mest zijn niet onschadelijk gemaakt krachtens artikel 22, en de schade door leegstand en gederfde inkomsten valt niet onder de in artikel 86 genoemde Pro schadeposten. Ook een beroep op artikel 91 Gwd Pro of artikel 3:4 Awb Pro slaagt niet.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Het College wijst appellant erop dat hij een verzoek tot tegemoetkoming op andere gronden nog kan indienen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van tegemoetkoming voor schade aan voer, mest en gederfde inkomsten wordt ongegrond verklaard.