ECLI:NL:CBB:2005:AT1046
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing ooipremie wegens onjuiste vaststelling aanhoudplicht schapen
Appellanten, VOF A en appellant B, hadden premie aangevraagd voor het aanhouden van ooien op hun bedrijven. Verweerder keurde aanvankelijk de aanvragen goed, maar wees deze later af op grond van onvoldoende bewijs dat de ooien gedurende de aanhoudperiode daadwerkelijk waren aangehouden en correct geregistreerd.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of appellanten voldoende hadden voldaan aan de administratieve verplichtingen en aanhoudplicht volgens de Regeling dierlijke EG-premies en relevante Europese verordeningen. Verweerder stelde dat de bedrijfsadministratie niet voldeed en dat de schapen niet gescheiden werden gehouden, wat strijdig was met de regeling.
Het College oordeelde dat appellanten niet verplicht zijn aan te tonen dat zij de aanhoudplicht hebben nageleefd, maar wel moeten meewerken aan controles. Het College stelde vast dat verweerder ten onrechte de afwijzing baseerde op het ontbreken van bewijs van aanhouding, terwijl de administratieve verplichtingen niet geschikt zijn om de aanhoudplicht te controleren.
Voor VOF A werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, terwijl het beroep van appellant B werd afgewezen omdat hij niet als producent kon worden aangemerkt. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan VOF A werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep van VOF A wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, het beroep van appellant B wordt ongegrond verklaard.