ECLI:NL:CBB:2005:AT1063
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen financierings- en fondsheffing hoofdproductschap akkerbouw 2002 ongegrond verklaard
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het Hoofdproductschap Akkerbouw waarin de financierings- en fondsheffingen over 2002 zijn vastgesteld. Zij voerden aan dat hun wintertarwe, gebruikt als veevoeder, ten onrechte werd belast en dat braakpercelen en faunaranden onterecht werden meegenomen in de heffing. Tevens stelden zij dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat andere melkveehouders niet op dezelfde wijze werden aangeslagen.
Het College oordeelde dat de heffingsgrondslag gebaseerd is op de oppervlakte cultuurgrond, inclusief braakland en faunaranden, en dat dit redelijk is vastgesteld. De uitzondering voor snijmaïs is gebaseerd op een specifieke afspraak met het Productschap Zuivel en geldt niet voor wintertarwe, ook al wordt deze als veevoeder gebruikt. Appellanten hebben onvoldoende onderbouwd dat zij anders zijn behandeld dan vergelijkbare melkveehouders.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor vernietiging van de verordeningen waarop de heffing is gebaseerd. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het besluit bevestigt dat de heffing terecht is opgelegd volgens de geldende verordeningen en wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de financierings- en fondsheffing 2002 van het Hoofdproductschap Akkerbouw wordt ongegrond verklaard.