ECLI:NL:CBB:2005:AT1075
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar vervallen melkquotum wegens termijnoverschrijding
Appellanten, de erven van A, maakten bezwaar tegen het vervallen van het melkquotum dat door het Productschap Zuivel was vastgesteld in een besluit van 6 juni 2002. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Het College onderzocht of het besluit van 6 juni 2002 op juiste wijze bekend was gemaakt en of de bezwaartermijn was begonnen.
Verweerder kon niet aannemelijk maken dat het besluit daadwerkelijk op 6 juni 2002 was verzonden, omdat geen postregistratiesysteem bestond en alleen interne procedures werden aangevoerd. Het registratiebericht van 21 juni 2002 bood geen bewijs voor verzending van het besluit zelf. Appellanten hadden het besluit niet ontvangen en waren er pas in 2003 van op de hoogte geraakt via besluiten van 2 juli 2003.
Het College oordeelde dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt en dat de bezwaartermijn daarom niet was begonnen. Het bezwaar van 5 november 2003 was derhalve tijdig ingediend en ontvankelijk. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €805 en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.