ECLI:NL:CBB:2005:AT2603
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over tariefvaststelling transportnet elektriciteit en kostenallocatie bij splitsing geïntegreerd energiebedrijf
Het geschil betreft de vaststelling van de transporttarieven voor het jaar 2000 door de directeur DTe, gebaseerd op het tariefvoorstel van B.V. Transportnet Zuid-Holland (TZH). Westland Energie Infrastructuur B.V. en Westland Energie Services B.V. maakten bezwaar tegen het besluit, waarbij Westland Energie Services B.V. niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.
De kern van het geschil is de vermeende onjuiste toedeling van voorzieningen en reserves bij de splitsing van het geïntegreerde energiebedrijf EZH in TZH en EZH, waarbij voorzieningen die bedoeld waren voor de netbeheerder bij EZH zijn achtergebleven, wat volgens Westland leidt tot een te hoog tarief voor TZH. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de toekenning van een additionele tariefruimte van 1% voor investeringen.
Het College oordeelt dat de directeur DTe terecht is uitgegaan van de door TZH aangeleverde gegevens en dat de vermogensverdeling tussen EZH en TZH als vaststaand moet worden beschouwd. De toekenning van de additionele tariefruimte wordt bevestigd omdat de investeringen als uitzonderlijk en aanmerkelijk zijn aangemerkt.
Echter, het College stelt vast dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van de kostenallocatie en de toelaatbaarheid van tariefcomponenten die verband houden met de vermogensinstandhoudingsverplichting. Dit leidt tot strijd met artikel 3:2 en Pro 7:12 Awb. Daarom wordt het beroep van Westland Energie Infrastructuur B.V. gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het bezwaar van deze partij betreft.
Het College veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Westland Energie Infrastructuur B.V. en bepaalt dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van Westland Energie Infrastructuur B.V. wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het bezwaar betreft; het beroep van Westland Energie Services B.V. wordt ongegrond verklaard.