ECLI:NL:CBB:2005:AT3582
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid antidumpingheffing op schoenen uit China ondanks valse oorsprongsdocumenten Vietnam
Appellante, een expeditiebedrijf, maakte bezwaar tegen de antidumpingheffing opgelegd door de Minister van Economische Zaken op schoenen die zij invoerde met vermeende oorsprong uit Vietnam. Onderzoek wees echter uit dat de schoenen daadwerkelijk uit China afkomstig waren en dat de bij de invoer gebruikte Vietnamese certificaten van oorsprong vals waren.
Het College oordeelde dat de antidumpingheffing terecht was opgelegd, omdat de goederen uit China kwamen en niet voldeden aan de preferentieregelingen. Diverse grieven van appellante, waaronder het beroep op een vergissing van bevoegde autoriteiten, schending van het recht van verdediging, en vermeende politieke druk op het onderzoek, werden verworpen.
Het College stelde dat het onderzoek naar de oorsprong zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Europese Commissie en de Nederlandse overheid niet tekort waren geschoten in hun verplichtingen. Ook de motivering van het besluit was voldoende en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de heffing conform het gemeenschapsrecht werd toegepast.
Ten slotte werd geoordeeld dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is tot proceskostenveroordeling. Het College bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de antidumpingheffing en de daarmee samenhangende navorderingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de antidumpingheffing op schoenen uit China wordt ongegrond verklaard.