ECLI:NL:CBB:2005:AT3676
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- C.M. Wolters
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Afwijzing premieaanvraag zoogkoeien wegens niet voldoen aan bedrijfsvoeringseisen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar premieaanvraag voor zoogkoeien over het jaar 2001. Verweerder had de aanvraag afgewezen omdat de bedrijfsvoering van appellante niet gericht was op het in stand houden van het ras, maar op veehandel en mesting, waarbij runderen na drie tot vier maanden werden afgevoerd en kalveren binnen enkele weken werden verkocht.
Tijdens de zitting werd bevestigd dat appellante de koeien die gekalfd hadden drooglegde en de kalveren niet opfokte voor vleesproductie maar snel doorverkocht. Het College stelde vast dat appellante daardoor niet voldoet aan de definitie van zoogkoeienproducent zoals bedoeld in de Regeling dierlijke EG-premies en de relevante Europese Verordening.
Appellante voerde aan dat zij in eerdere jaren wel premie had ontvangen en dat de nieuwe voorwaarde dat kalveren minstens vier maanden bij de moeder moeten blijven, pas na haar aanvraag bekend was gemaakt. Het College oordeelde echter dat deze voorwaarde al gold ten tijde van de aanvraag en dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de premieaanvraag voor zoogkoeien wordt afgewezen.