ECLI:NL:CBB:2005:AT3913
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit heffing legpluimveebedrijven wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren waarbij een heffing werd opgelegd voor 15.500 legkippen in 2003. De heffing werd berekend volgens de Verordening heffingen legpluimveebedrijven 2003, ondanks dat de kippen na zes weken wegens vogelpest werden geruimd in plaats van de gebruikelijke 48 weken.
Appellant verzocht om een vermindering van de heffing naar evenredigheid van de periode dat de kippen daadwerkelijk werden gehouden, en verwees daarbij naar artikel 8 van Pro de verordening dat ontheffing mogelijk maakt. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, met het argument dat het bestuur geen nadere regels had vastgesteld en dat het financieel belang van het productschap zwaarder woog.
Het College oordeelt dat verweerder het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en gemotiveerd, omdat niet is nagegaan of de voorzitter op het verzoek kon beslissen. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, omdat het bestuur geen nadere regels heeft vastgesteld die ontheffing mogelijk maken. Verweerder wordt verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot heffing vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.