ECLI:NL:CBB:2005:AT4960
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over ontheffing voorraadplicht aardolieproducten en rechtszekerheid
Appellante, een grote onafhankelijke handelaar in aardolieproducten, heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die haar voorraadverplichting beperkten tot de gemiddeld aanwezige werkvoorraad. Het geschil betreft de rechtmatigheid van deze ontheffingen en de bevoegdheid van de ondertekenaars van de besluiten.
Het College oordeelt dat de besluiten bevoegd zijn genomen en dat de wetgever bewust handelaren in de voorraadplicht heeft betrokken, ondanks hun bijzondere positie. Het beleid van de Minister om de ontheffing te baseren op de gemiddeld aanwezige voorraad wordt niet in strijd geacht met de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 (Wva 2001). Appellante heeft onvoldoende concreet onderbouwd dat de voorraadplicht haar onevenredig zwaar treft.
Wel wordt geoordeeld dat het besluit van 10 april 2002 onrechtmatig is omdat de Minister een rekenfout heeft gemaakt die de ontheffing nadelig wijzigde, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Dit besluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit van 20 december 2002 wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van 10 april 2002 wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, het beroep wordt gegrond verklaard en proceskosten worden aan appellante toegekend.