ECLI:NL:CBB:2005:AT4983
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag taxivergunning op grond van vakbekwaamheid afgewezen
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een taxivergunning, waarbij hij zich beroept op het gelijkheidsbeginsel omdat een vergelijkbare vergunning wel aan een ander was verleend. Het College vernietigde eerder een besluit en verweerder besloot opnieuw het bezwaar ongegrond te verklaren.
De beoordeling richtte zich op de vraag of de procuratiehouder van appellant daadwerkelijk en permanent leiding gaf aan het vervoer binnen de onderneming, zoals vereist voor vakbekwaamheid. Verweerder stelde dat de beoordeling van de aanvraag van appellant plaatsvond na invoering van een formulier (VIV) dat nadere toetsing mogelijk maakte, terwijl de vergunning aan de ander werd verleend voordat dit formulier bestond.
Het College oordeelde dat de situaties rechtens relevant verschillen en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Een eventuele onjuiste vergunningverlening aan de ander kan niet leiden tot het verlenen van een vergunning aan appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een taxivergunning wordt ongegrond verklaard.