ECLI:NL:CBB:2005:AT4992
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant, exploitant van een taxibedrijf, kreeg zijn vergunning aanvankelijk toegekend op basis van de vakbekwaamheid van een procuratiehouder, C. Na onderzoek bleek dat C geen werkzaamheden meer verrichtte binnen de onderneming en niet meer voldeed aan de eis van permanent en daadwerkelijk leidinggeven. Verweerder trok daarom de vergunning in.
Appellant voerde aan dat zijn echtgenote bezig was met het behalen van de vereiste diploma's en dat hij zelf door een whiplash concentratieproblemen had, maar kon niet aantonen dat aan de vakbekwaamheidseis werd voldaan. Het College oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat niet langer werd voldaan aan de voorwaarden voor vergunningverlening.
Het College benadrukte dat de vergunning ambtshalve kan worden ingetrokken als niet meer aan de wettelijke eisen wordt voldaan, ook al heeft de vergunning een onbeperkte geldigheidsduur. De belangen en het vertrouwen van appellant rechtvaardigen geen voortzetting van de vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.