ECLI:NL:CBB:2005:AT4995
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant, handelend onder de naam Taxibedrijf B, kreeg op 6 augustus 2001 een vergunning voor taxivervoer toegekend, waarbij de vakbekwaamheid binnen de onderneming werd ingebracht door een procuratiehouder, C. Na onderzoek bleek dat C slechts beperkte uren leidinggaf en voornamelijk controleerde, wat niet voldeed aan de eis van permanent en daadwerkelijk leidinggeven zoals vereist onder de Wet personenvervoer 2000.
Verweerder trok daarom op 6 oktober 2003 de vergunning in wegens het niet langer voldoen aan de vakbekwaamheidseis. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. Het College oordeelde dat appellant zelf niet beschikte over de vereiste vakbekwaamheid en dat de werkzaamheden van C niet overeenkwamen met de bij de vergunningaanvraag opgegeven taken.
Het College benadrukte dat een vergunning met onbeperkte geldigheidsduur toch ingetrokken kan worden als achteraf blijkt dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard.