ECLI:NL:CBB:2005:AT5952
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding bewaartemperatuur levensmiddelen bevestigd
In deze zaak gaat het om een bestuurlijke boete opgelegd aan A wegens het niet naleven van de bewaartemperatuur van bederfelijke etenswaren tijdens een festival in Rotterdam op 27 mei 2001. De controlerend ambtenaar constateerde dat de kipstukken een temperatuur hadden van 17,5°C en 12,5°C, terwijl de maximale toegestane temperatuur 7°C bedraagt.
De minister legde op grond van de Warenwet en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten een boete op van fl. 1.000,--, later omgezet naar € 450,--. A maakte bezwaar tegen de hoogte van de boete, maar dit werd door de minister ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde echter de besluiten van de minister, stellende dat de minister zijn matigingsbevoegdheid niet correct had toegepast en dat de boete niet in overeenstemming was met de wet.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat het besluit van 12 november 2002 slechts een wijziging van het primaire boetebesluit is en niet van het besluit op bezwaar. Tevens stelt het College dat de rechtbank ten onrechte de matigingsbevoegdheid van de minister ruim heeft uitgelegd. Het College benadrukt dat de boetebedragen in de bijlage van de Warenwet een vaste, door de wetgever bepaalde sanctie vormen, waarbij slechts in zeer bijzondere omstandigheden kan worden gematigd.
De financiële situatie van A wordt niet als een zodanig bijzondere omstandigheid gezien die matiging rechtvaardigt. Het College vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van A ongegrond, waarmee de boete van € 450,-- wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van A tegen de boetebesluiten wordt ongegrond verklaard.