ECLI:NL:CBB:2005:AT5960
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterecht aannemen overtreding taxivervoer zonder vergunning
Appellant parkeerde op 10 september 2003 een als taxi herkenbare auto zonder geldige vergunning op een taxistandplaats bij het stationsplateau te Utrecht. De Inspectie Verkeer en Waterstaat constateerde dit en legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 4 van Pro de Wet personenvervoer 2000.
Appellant voerde aan dat hij de auto slechts geparkeerd had om parkeerkosten te vermijden en niet daadwerkelijk taxivervoer aanbood. Het College oordeelde dat het voertuig onbemand en gedurende ten minste een uur op de standplaats stond, waardoor niet kan worden aangenomen dat appellant feitelijk taxivervoer aanbood. Ook het wegrijden met hoge snelheid kon niet worden toegerekend aan appellant.
Hierdoor was het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom onterecht en werd het bezwaar van appellant gegrond verklaard. Het College vernietigde het bestreden besluit, sprak het uit in het openbaar op 12 april 2005 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd.