ECLI:NL:CBB:2005:AT6096
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing EG-steunverlening akkerbouwgewassen wegens onduidelijkheid bedrijfsvoering
Appellanten, bestaande uit A en B en hun maatschap, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarin hun aanvragen voor EG-steun voor akkerbouwgewassen werden afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van bewijs dat zij afzonderlijke producenten zijn, aangezien meerdere economische eenheden op hetzelfde adres gevestigd waren.
Verweerder had appellanten verzocht aanvullende informatie te verstrekken om aan te tonen dat zij ieder een afzonderlijk bedrijf voor eigen rekening en risico voerden. Deze informatie werd niet tijdig aangeleverd, waarna de aanvragen van A en de maatschap werden afgewezen, terwijl het bezwaar van B senior gegrond werd verklaard.
Het College stelt vast dat verweerder op het moment van beslissing beschikte over onvoldoende informatie om A als afzonderlijke producent aan te merken, waardoor diens beroep ongegrond is. Voor de maatschap oordeelt het College echter dat verweerder niet voldoende gemotiveerd heeft waarom de aanvraag werd afgewezen en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. Het beroep van de maatschap wordt daarom gegrond verklaard.
Het College wijst erop dat verweerder bij twijfel meer specifieke informatie had moeten opvragen en dat appellanten niet mochten verwachten dat de termijn voor het aanleveren van gegevens werd verlengd zonder expliciete toestemming. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan de maatschap.
Uitkomst: Het beroep van A wordt ongegrond verklaard, het beroep van de maatschap gegrond verklaard en het besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.