ECLI:NL:CBB:2005:AT6112
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling registratieplicht onderneming onder Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
Appellante, een onderneming die zich toelegt op import en levering van verhoogde vloersystemen, verzocht om beëindiging van haar registratie onder het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud. Verweerder weigerde dit op grond van het Instellingsbesluit en de Verordening, omdat appellante activiteiten verricht die onder het afbouwbedrijf vallen.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of appellante een bedrijf uitoefent dat onder artikel 2 van Pro het Instellingsbesluit valt. Het College stelde vast dat het aanbrengen van verhoogde vloersystemen als niet-constructieve afbouwactiviteiten wordt aangemerkt, mede ondersteund door de CAO-afbouw en de Nota van Toelichting.
Hoewel appellante aanvoerde dat zij de vloersystemen niet zelf monteert en dat haar producten onder een andere norm vallen, concludeerde het College dat haar coördinerende en controlerende werkzaamheden bij montage en de aanneming van werk voldoende zijn om onder het afbouwbedrijf te vallen.
De uitzondering voor fabrikanten die zelf materiaal vervaardigen, zoals genoemd in de Nota van Toelichting, is niet van toepassing omdat appellante importeert en niet fabriceert. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en de registratieplicht bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de registratieplicht blijft gehandhaafd.