ECLI:NL:CBB:2005:AT6444
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking ontheffing avondwinkel
Verzoeker exploiteert een avondwinkel te Leeuwarden en kreeg een ontheffing op grond van de Winkeltijdenwet. Verweerder trok deze ontheffing in omdat de exploitatie van de winkel beëindigd zou zijn. Verzoeker betoogde dat hij onvrijwillig was gestopt door familieconflicten en dat de intrekking onterecht was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het feit dat verzoeker de winkel niet kon exploiteren vanwege het belemmeren van de toegang door zijn moeder, geen beëindiging van exploitatie inhoudt. De intrekking kon daarom niet worden gerechtvaardigd op die grond. Wel achtte de voorzieningenrechter het niet spoedeisend genoeg om een voorlopige voorziening te treffen, omdat de beslissing op bezwaar spoedig zou volgen en verzoeker de winkel vermoedelijk pas na die beslissing weer zou kunnen betreden.
De voorzieningenrechter benadrukte dat een eventuele handhaving van de intrekking in de beslissing op bezwaar goed gemotiveerd moet worden en dat beleidsmatige overwegingen omtrent heroverweging van het beleid of verplaatsing van de winkel geen grond mogen zijn voor intrekking. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de ontheffing voor de avondwinkel wordt afgewezen.