ECLI:NL:CBB:2005:AT6460
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de reikwijdte van de Beleggers Compensatie Regeling bij schadevergoeding wegens tekortkomingen in vermogensbeheer
Appellant sloot een overeenkomst tot vermogensbeheer met een vergunninghoudende beleggingsonderneming (C), waarbij een bedrag van circa €67.000 werd beheerd. Na opzegging van de overeenkomst en een waardedaling van het beheerde vermogen, stelde appellant een schadevergoeding te vorderen wegens tekortkomingen in het vermogensbeheer. Deze vordering werd toegewezen door een klachtencommissie, maar de AFM wees een aanvraag voor uitkering krachtens de Beleggers Compensatie Regeling (BCR) af, omdat het geen vordering betrof die voortvloeit uit het onvermogen van de beleggingsonderneming om geld of instrumenten terug te betalen of terug te geven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat het ging om beleggingsverliezen die niet onder de BCR vallen. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn vordering wel degelijk onder de BCR valt, omdat het een geldvordering betreft die voortvloeit uit het onvermogen van de beleggingsonderneming om geld terug te betalen, en dat de AFM ten onrechte de term 'terugbetalen' te strikt interpreteert.
Het College oordeelt dat de BCR en de relevante Europese richtlijn (97/9/EG) bescherming bieden voor geld en instrumenten die eigendom zijn van de belegger en die aan de beleggingsonderneming zijn toevertrouwd in verband met beleggingsverrichtingen, en niet voor schadevergoedingen wegens wanprestatie. De uitleg van artikel 2 van Pro de richtlijn en artikel 4 van Pro de BCR vereist dat het geld zowel aan de belegger verschuldigd is als voor hem in verband met beleggingsverrichtingen wordt gehouden. De vordering van appellant betreft een schadevergoeding en valt daarom buiten de reikwijdte van de regeling.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot uitkering krachtens de Beleggers Compensatie Regeling bevestigd.