ECLI:NL:CBB:2005:AT6708
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- B. Verwayen
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tuchtbeschikking wegens onvoldoende feitelijke grondslag in Aujeszky-vaccinatiezaak
A B.V. stelde beroep in tegen een tuchtbeschikking van het Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees, waarin een geldboete werd opgelegd wegens het niet vaccineren van vleesvarkens tegen de ziekte van Aujeszky. De feiten betroffen het niet vaccineren van duizenden vleesvarkens op twee vestigingen in de periode 2002-2003.
De bestuurder van D B.V., enig aandeelhouder en bestuurder van A B.V., erkende de feiten maar betwistte dat de tuchtmaatregel terecht aan A B.V. was opgelegd. Hij stelde dat de varkens werden gehouden door een maatschap waarin hij, zijn echtgenote en A B.V. deelnamen, en dat de registratie en erkenningsstickers op zijn naam stonden. Tevens wilde hij zelf aangesproken worden en niet A B.V., mede vanwege reputatieoverwegingen.
Het College oordeelde dat het tuchtgerecht onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of de feiten daadwerkelijk door of vanwege A B.V. waren begaan, zoals vereist op grond van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004. Gezien de indirecte betrokkenheid van A B.V. bij de varkenshouderij en de registratie op naam van de bestuurder, kon niet worden vastgesteld dat de overtredingen aan A B.V. konden worden toegerekend.
Daarom vernietigde het College de tuchtbeschikking en legde geen tuchtrechtelijke maatregelen op aan A B.V. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 12 mei 2005.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de tuchtbeschikking tegen A B.V. is vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.