ECLI:NL:CBB:2005:AT7256
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep inzake doorhaling inschrijving tussenpersoon Wet assurantiebemiddelingsbedrijf
Appellante, een incassobedrijf, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociaal-Economische Raad (SER) waarbij het bezwaar van D tegen doorhaling van haar inschrijving in het register van tussenpersonen werd gegrond verklaard en het eerdere doorhalingsbesluit werd vernietigd.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellante als belanghebbende kan worden aangemerkt om beroep in te stellen, aangezien zij zelf geen verzekeringsovereenkomst met D heeft en haar belang slechts indirect voortvloeit uit de civiele procedure van haar cliënte G tegen D.
Het College oordeelt dat appellante geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit, zoals vereist op grond van artikel 32 van Pro de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf en artikel 1:2 Awb Pro. Het verzoek van appellante om doorhaling van de inschrijving van D betekent niet dat zij belanghebbende is. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het College volgt het advies van de Commissie Bezwaarschriften die het bezwaar van D gegrond heeft verklaard en het doorhalingsbesluit vernietigd. Er is vastgesteld dat de verzekeraar I niet bevoegd was het verzekeringsbedrijf uit te oefenen, maar er zijn geen andere klachten geuit. Het beroep van appellante wordt afgewezen wegens gebrek aan ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende status.