ECLI:NL:CBB:2005:AT7267
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van melkequivalentberekening en superheffing bij levering van afgeroomde melk en zuivelproducten
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Zuivel over de registratie van melkequivalenten voor de heffingsperiode 2002/2003. Het geschil betrof de wijze van omrekening van afgeroomde melk en andere zuivelproducten naar melkequivalenten voor de superheffing, waarbij appellant bezwaar maakte tegen de gehanteerde methodiek die vetvervoedering niet als vermindering van de heffingsgrondslag erkent.
Het College analyseerde de relevante Europese verordeningen, met name Verordening (EG) nr. 1392/2001, en de nationale Zuivelverordening 1994. Het oordeelde dat de nationale bepalingen binnen de grenzen van de EU-regelgeving blijven en dat de gehanteerde methode waarbij afgeroomde melk als volle melk wordt gerekend tenzij het vet is verantwoord, rechtmatig is.
Appellant voerde onder meer aan dat de nationale regels verder gaan dan toegestaan en dat het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid zijn geschonden. Het College verwierp deze grieven, stellende dat appellant tijdig is gewaarschuwd en dat er geen sprake is van onverhoedse wijziging. Ook het beroep op schadeloosstelling werd afgewezen.
Uiteindelijk verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde het de gehanteerde berekeningswijze en het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit over de melkequivalentregistratie is ongegrond verklaard.