ECLI:NL:CBB:2005:AT8363
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling registratieplicht onderneming onder Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
Gebr. A B.V. is opgenomen in het register van ondernemingen van het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud (HAO). Zij verzocht om uitschrijving omdat haar activiteiten, voornamelijk het monteren van plafonds met akoestische voorzieningen, slechts een klein deel van haar werkzaamheden vormen en zij aangesloten is bij een andere CAO dan de bouwsector. Verweerder, het Hoofdbedrijfschap, weigerde de uitschrijving omdat de werkzaamheden van appellante onder de werkingssfeer van het Instellingsbesluit HAO vallen, waarin het stukadoors-, afbouw-, terrazzo- en vloerenbedrijf is omschreven als het bedrijfsmatig verrichten van niet-constructieve afbouwwerkzaamheden, waaronder het aanbrengen van plafond- en wandsystemen.
Appellante betoogde dat haar activiteiten niet onder de werkingssfeer vallen, mede omdat zij onder een andere CAO valt en de term 'afbouw' in het Instellingsbesluit onvoldoende is gedefinieerd. Het College oordeelde dat het feit dat het aanbrengen van plafondsystemen slechts een nevenactiviteit is en dat appellante geen voordeel geniet van de activiteiten van verweerder, niet afdoet aan de registratieplicht. De ruime uitleg van de werkingssfeer is gerechtvaardigd en sluit aan bij de toelichting bij het Instellingsbesluit.
Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering tot uitschrijving gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigt daarmee de verplichting van ondernemingen die werkzaamheden verrichten binnen de door het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud omschreven sector om zich te registreren, ook indien deze werkzaamheden slechts een beperkt deel van hun activiteiten vormen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering tot uitschrijving gehandhaafd.