ECLI:NL:CBB:2005:AT8601
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing akkerbouwsubsidie wegens niet-agrarisch gebruik percelen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar tegen gedeeltelijke toewijzing van zijn akkerbouwsubsidie 2003 werd afgewezen. De subsidieaanvraag betrof percelen die volgens controle met satellietbeelden niet in aanmerking kwamen omdat zij in de referentieperiode 1987-1991 als grasland waren gebruikt.
Het College stelde vast dat appellant de percelen 6 en 7 in die jaren niet als bouwland gebruikte, hetgeen uitsluiting van subsidie tot gevolg heeft op grond van Verordening (EG) nr. 1251/1999. Appellant voerde aan dat hij te goeder trouw handelde op basis van informatie van pachters, maar het College oordeelde dat dit onvoldoende bewijs vormde om de sanctie te vermijden.
Verder wees het College het beroep af omdat de toekenning van subsidie in eerdere jaren niet impliceert dat de percelen premiewaardig waren en dat de sanctie proportioneel is volgens de communautaire regelgeving. De grief dat artikel 6 EVRM Pro werd geschonden, werd eveneens verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de akkerbouwsubsidie voor percelen die als grasland werden gebruikt, wordt ongegrond verklaard.