ECLI:NL:CBB:2005:AT8604
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- H.A.B. van Dorst – Tatomir
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek compensatoire landbouwheffing rozijnen wegens onduidelijkheid herkomst grootboekbedrag
In deze zaak staat de beoordeling centraal van besluiten van de Inspecteur van de Belastingdienst om aan appellante compenserende landbouwheffingen op te leggen wegens vermeende ontduiking van de minimuminvoerprijs bij invoer van rozijnen.
Tijdens de procedure kwam appellante met verklaringen over een grootboekbedrag van HFL 437.001,-- dat in 1996 ten gunste van het resultaat was geboekt. Dit bedrag werd onderzocht omdat het mogelijk verband hield met de heffingen. Diverse verklaringen, onder meer van een controller van appellante, wezen erop dat het bedrag niet gerelateerd was aan rozijnen maar aan arbitrages en bonussen van andere producten en leveranciers.
Het College constateerde dat de door appellante ingenomen standpunten niet consistent waren en dat onvoldoende schriftelijk bewijs was overgelegd ter onderbouwing van de herkomst van het bedrag. Daarom werd het onderzoek heropend en appellante verzocht binnen vier weken een eenduidige specificatie en onderbouwing te geven van het bedrag, ondersteund door objectieve gegevens.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 27 mei 2005, waarna het College tot de conclusie kwam dat het vooronderzoek niet volledig was geweest. De beslissing tot heropening is genomen om de feiten en onderbouwing nader te laten onderzoeken en zo tot een juiste beoordeling van de compensatoire heffing te komen.
Uitkomst: Het College heropent het onderzoek en verzoekt appellante binnen vier weken een eenduidige specificatie en onderbouwing te geven van het grootboekbedrag van HFL 437.001,--.