ECLI:NL:CBB:2005:AT9111
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen subsidiebesluit MEP windenergie vanwege ontbrekende productieverklaring afgewezen
Appellante, een vennootschap onder firma, had een aanvraag ingediend voor MEP-subsidie op basis van de Elektriciteitswet 1998. De subsidieaanvraag werd ontvangen op 21 april 2004. De subsidieverlening werd vastgesteld op deze datum als ingangsdatum, ondanks dat appellante een eerdere datum van 25 februari 2004 had opgegeven.
De subsidieverlening werd afhankelijk gesteld van het overleggen van een productieverklaring van CertiQ, die bevestigt dat elektriciteit is opgewekt door windenergie op land en op een Nederlands net wordt ingevoed. Deze verklaring ontbrak aanvankelijk, maar werd later alsnog ingediend met ingang van 1 juni 2004. Het bezwaar van appellante tegen het besluit werd ongegrond verklaard.
Het College oordeelde dat de wettelijke bepalingen voorschrijven dat de subsidieperiode niet kan aanvangen vóór de datum van ontvangst van de aanvraag en dat de subsidie afhankelijk is van het aantal garanties van oorsprong dat door de netbeheerder wordt vastgesteld. Omdat de productieverklaring pas in juni 2004 werd ingediend, kon geen subsidie worden toegekend voor de periode daarvoor.
Verder werd geoordeeld dat het ontbreken van een voorlichtingsbrochure door verweerster niet leidt tot een onrechtmatig besluit, aangezien het op de aanvrager rust om de regelgeving te kennen of zich te laten adviseren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het subsidiebesluit wordt ongegrond verklaard en de subsidieverlening is terecht vastgesteld op 21 april 2004 met de voorwaarde van een productieverklaring.