ECLI:NL:CBB:2005:AU2811
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tariefvaststelling fysiotherapie en rekennorm praktijkomvang
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (appellant) stelde beroep in tegen het besluit van het College tarieven gezondheidszorg (verweerder) om de rekennormpraktijk voor fysiotherapeuten niet te verlagen van 16 naar 14 zittingen per dag voor de periode 1 juli tot en met 31 december 2004.
Appellant baseerde zijn verzoek op een onderzoek naar tijdsbesteding en inkomen van fysiotherapeuten, waaruit bleek dat de normproductie niet realistisch was en pleitte voor een verlaging van de normpraktijk. Verweerder wees het verzoek af, mede omdat de minister geen goedkeuring gaf en vanwege het naderende experiment met vrije tarieven.
Het College oordeelde dat de beleidsregel rechtmatig tot stand was gekomen, dat de beleidsregel geen ruimte bood voor afwijking en dat de rekennorm niet onrechtmatig was. De vraaguitval als gevolg van pakketmaatregelen vormde geen reden tot verlaging. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat fysiotherapeuten de enige beroepsgroep waren waarvoor een experiment met vrije tarieven gepland was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie wordt ongegrond verklaard en de norm van 16 zittingen per dag blijft van toepassing.