ECLI:NL:CBB:2005:AU2842
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning taxivervoer wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant, exploitant van een taxibedrijf, kreeg in 2001 een vergunning voor taxivervoer verleend. Deze vergunning was gebaseerd op de vakbekwaamheid die werd ingebracht door een procuratiehouder, C. In december 2004 trok C zich terug als procuratiehouder, waardoor niet langer werd voldaan aan de eis van vakbekwaamheid binnen de onderneming.
Verweerder, de Minister van Verkeer en Waterstaat, heeft daarop de vergunning ingetrokken met ingang van mei 2005. Appellant maakte bezwaar en verzocht om uitstel omdat hij bezig was met het behalen van de benodigde diploma's. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en appellant stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was de vergunning in te trekken op grond van artikel 99 van Pro de Wet personenvervoer 2000, omdat niet langer werd voldaan aan de vakbekwaamheidseis. Er was voldoende termijn gegeven om aan de eisen te voldoen en het verzoek om uitstel viel buiten de bevoegdheid van het College. De nadelige financiële gevolgen voor appellant zijn zijn eigen risico. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard.