ECLI:NL:CBB:2005:AU2855
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit heffing legpluimveebedrijven wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een heffing opgelegd door het Produktschap Pluimvee en Eieren voor legkippen die in 2003 werden gehouden. De heffing was gebaseerd op de Verordening heffingen pluimveebedrijven 2003, waarbij voor elke legkip ouder dan 18 weken een heffing wordt opgelegd. Appellant betwistte de hoogte van de heffing omdat hij meerdere keren nieuwe koppels leghennen moest plaatsen als gevolg van de vogelpestcrisis, waardoor hij meerdere keren heffing moest betalen.
Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en achtte de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar. De heffing werd terecht opgelegd volgens de Verordening, die geen heffing naar rato van de periode van houden kent. Verweerder zag af van een hoorzitting omdat hij meende dat geen twijfel bestond over de uitkomst.
Het College stelde vast dat verweerder ten onrechte afzag van het horen van appellant, waardoor de hoorplicht uit de Awb werd geschonden. Tevens was de motivering onvoldoende omdat verweerder niet had onderzocht of toepassing van de hardheidsclausule (artikel 8 Verordening Pro) mogelijk was. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen het verzoek om ontheffing aan de voorzitter voor te leggen en een nieuwe beslissing te nemen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot heffing vernietigd vanwege schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.