ECLI:NL:CBB:2005:AU3999
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van oud-voor-nieuwverplichtingen binnenvaartcapaciteit
Appellante, een binnenvaartonderneming, maakte bezwaar tegen de oplegging van speciale bijdragen op grond van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot, specifiek de oud-voor-nieuwregeling die de invoering van nieuwe scheepsruimte koppelt aan sloop van oude tonnage of betaling van een bijdrage. De zaak betreft de bouw en ingebruikname van het motorschip "B" met een laadvermogen van 2843,5 ton.
Verweerder handhaafde in eerste instantie een besluit waarin appellante een speciale bijdrage moest betalen, maar herzag dit later waarbij de compensatie werd berekend op basis van gesloopte tonnen in plaats van compensatiewaarde. Appellante voerde onder meer aan dat zij mocht vertrouwen op het vervallen van de oude regeling en dat de nieuwe verordening niet op haar situatie van toepassing zou zijn. Ook betwistte zij de toegepaste oud-voor-nieuwverhouding en de berekening van compensatiewaarde.
Het College verwierp deze grieven en oordeelde dat de regeling rechtsgeldig en correct werd toegepast, waarbij de geleidelijke afbouw van de verhouding en de bevoegdheid van verweerder werden bevestigd. Het besluit van 13 juli 2004 werd vernietigd vanwege procedurele redenen, het besluit van 18 november 2004 bleef in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en werd het onderzoek heropend voor nadere schadevaststelling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 13 juli 2004 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 18 november 2004 wordt ongegrond verklaard, met proceskostenvergoeding aan appellante.