ECLI:NL:CBB:2005:AU4642
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen berekening maximum MEP-subsidie windenergie volgens Elektriciteitswet 1998
Appellante V.O.F. Seamill heeft beroep ingesteld tegen een besluit van TenneT B.V. waarin haar bezwaar tegen de toekenning van MEP-subsidie voor windenergie werd afgewezen. Het geschil betrof de berekening van het maximaal subsidiabele bedrag, waarbij appellante stelde dat het forfaitaire aantal van 150 vollasturen per maand onjuist was en dat het werkelijke aantal vollasturen tot 1 juli 2003 gehanteerd moest worden.
Het College oordeelde dat de Elektriciteitswet 1998 en de Uitvoeringsregeling een absoluut maximum van 18.000 vollasturen subsidiabel stellen, verdeeld over de subsidiabele periode van maximaal tien jaar. De regeling houdt rekening met de duur van de subsidieperiode en relateert het maximum aan het nominale elektrisch vermogen en de daadwerkelijk geproduceerde elektriciteit binnen die periode.
Het beroep faalde omdat de wetgever de subsidieperiode en het maximum aantal vollasturen als essentiële factoren heeft aangemerkt, en het gebruik van het forfaitaire aantal vollasturen per maand niet in strijd is met de wet of het gelijkheidsbeginsel. Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van het maximum MEP-subsidiebedrag voor windenergie wordt ongegrond verklaard.