ECLI:NL:CBB:2005:AU4643
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de maximale MEP-subsidie voor windenergie volgens de Elektriciteitswet 1998
V.O.F. Hooghe Wind heeft beroep ingesteld tegen een besluit van TenneT B.V. waarin het bezwaar tegen de toegekende MEP-subsidie voor een windturbine werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de wijze van berekening van het maximale subsidiebedrag, waarbij appellante stelde dat het werkelijke aantal vollasturen vóór 1 juli 2003 in aanmerking moest worden genomen in plaats van het forfaitaire aantal van 150 vollasturen per maand.
Het College stelde vast dat de Elektriciteitswet 1998 een absoluut maximum van 18.000 vollasturen subsidieerbaar stelt, waarbij de subsidieperiode maximaal tien jaar bedraagt en wordt verminderd met de periode dat de installatie vóór 1 juli 2003 in gebruik was. Het College oordeelde dat de Uitvoeringsregeling die het forfaitaire aantal vollasturen hanteert, niet in strijd is met de wet en dat de wetgever de duur van de subsidieperiode als essentiële factor heeft aangemerkt.
Verder verwierp het College het betoog van appellante dat de regeling tot ongelijkheid leidt, omdat gelijke gevallen gelijk worden behandeld op basis van de subsidiabele periode. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van V.O.F. Hooghe Wind tegen het besluit over de berekening van de maximale MEP-subsidie wordt ongegrond verklaard.