ECLI:NL:CBB:2005:AU4855
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ontheffing varkensleveringen onder voorwaarden
Appellante, exploitant van een B-varkenshouderijbedrijf, verzocht om ontheffing van vervoersvoorschriften uit de Regeling varkensleveringen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Na eerdere vernietigingen van besluiten door het College, verleende de Minister alsnog ontheffing onder meerdere voorwaarden. Appellante betwistte vijf van deze voorwaarden en stelde dat deze onredelijk en onduidelijk waren.
Het College oordeelde dat appellante ontvankelijk was in haar beroep en dat de Minister bevoegd was om voorschriften aan de ontheffing te verbinden op grond van artikel 107 Gwd Pro. De voorwaarden waren niet in strijd met het doel van de Regeling en gericht op het beperken van veterinaire risico's, gezien de bijzondere situatie van appellantes bedrijfsvoering.
De aan appellante opgelegde beperkingen, zoals het aantal D-bedrijven waarnaar varkens mogen worden afgevoerd en de frequentie van aanvoer van biggen, werden als redelijk en passend beoordeeld. Ook de afhankelijkheid van de inwerkingtreding van de ontheffing van een goedgekeurd protocol en de aanvraag van een ander B-bedrijf werd gerechtvaardigd geacht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee werd de rechtmatigheid van het besluit van de Minister bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de aan de ontheffing verbonden voorschriften wordt ongegrond verklaard.