2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Op 15 mei 2000 heeft verweerder van appellant, blijkens de aanvraag wonende op het adres X 183 te B, een aanvraag akkerbouwsubsidie in het kader van de Regeling ontvangen. Met de aanvraag heeft hij, naast de opgaaf van 4.80 ha voederareaal, akkerbouwsteun voor 2.00 ha maïs gevraagd. Als rekeningnummer voor uitbetaling wordt op de aanvraag het nummer Y vermeld.
- Bij besluit van 13 december 2000 heeft verweerder de gevraagde subsidie toegekend.
- Op 15 mei 2000 heeft verweerder van de maatschap A en C, blijkens de aanvraag gevestigd op het adres X 183 te B, een aanvraag akkerbouwsubsidie ontvangen. Met de aanvraag heeft de maatschap onder meer akkerbouwsteun voor 12.95 ha maïs gevraagd. Op de aanvraag staan geen braakpercelen vermeld. Als rekeningnummer voor uitbetaling wordt op de aanvraag het nummer Y vermeld.
- Bij besluit van 9 januari 2001 heeft verweerder de gevraagde subsidie toegekend.
- Op 11 mei 2001 heeft verweerder van appellant, blijkens de aanvraag wonende op het adres X 183 te B, een aanvraag akkerbouwsubsidie ontvangen. Met de aanvraag heeft hij, naast de opgaaf van 4.80 ha voederareaal, akkerbouwsteun voor 18.07 ha maïs gevraagd. Als rekeningnummer voor uitbetaling wordt op de aanvraag het nummer Y vermeld.
- Bij besluit van 24 november 2001 heeft verweerder appellant slechts voor 13.81 ha maïs subsidie toegekend op grond van het feit dat appellant niet heeft voldaan aan de braakleggingsverplichting.
- Op 11 mei 2001 heeft verweerder van de maatschap A en C, blijkens de aanvraag gevestigd op het adres X 183 te B, een aanvraag akkerbouwsubsidie ontvangen. Met de aanvraag heeft de maatschap onder meer akkerbouwsteun voor 13.00 ha maïs gevraagd. Op de aanvraag staan geen braakpercelen vermeld. Als rekeningnummer voor uitbetaling wordt op de aanvraag het nummer Y vermeld.
- Bij besluit van 24 november 2001 heeft verweerder de gevraagde subsidie toegekend.
- Bij brieven van 15 maart 2002 heeft verweerder zowel appellant als de maatschap meegedeeld dat hem is gebleken dat op het opgegeven adres meerdere economische eenheden zijn gevestigd. Ten einde te kunnen vaststellen of sprake is van afzonderlijke bedrijven of van één bedrijf in de zin van de Regeling, heeft verweerder om nadere gegevens verzocht betreffende de boekhouding, de maatschapsovereenkomst en gebruikstitels van gronden en stallen van de beide bedrijven.
- Bij brief van 26 april 2002 heeft het Administratiekantoor D gereageerd op dit verzoek en verweerder onder meer het boekhoudrapport over het jaar 2000 van de maatschap toegezonden, als ook de privé-balans van appellant over datzelfde jaar. In de brief staat vermeld dat de percelen waarvoor door appellant subsidie is aangevraagd op zijn privé-balans staan en dat het bedrijf in het jaar 1997 is gesplitst omdat de zoons van appellant een gedeelte van het bedrijf hebben overgenomen. Op de genoemde privé-balans staat een oppervlakte van 5.97.76 ha grond vermeld.
- Bij twee afzonderlijke, op 17 juli 2003 gedateerde, besluiten heeft verweerder de aanvragen van appellant om akkerbouwsteun voor de jaren 2000 en 2001 herzien en besloten dat de ontvangen subsidiebedragen, ad respectievelijk
€ 781,48 en € 5.709,04, dienen te worden terugbetaald. Hierbij heeft verweerder overwogen dat op het opgegeven adres meerdere economische eenheden zijn gevestigd en dat hij met de door appellant geleverde informatie niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is van afzonderlijke bedrijven.
- Verweerder heeft bij besluiten van eveneens 17 juli 2003 ook de aan de maatschap verleende subsidie teruggevorderd.
- Bij brieven van 25 augustus 2003 hebben appellant en de maatschap bezwaar gemaakt tegen deze besluiten.
- Bij brief van 16 juli 2004 heeft appellant een verklaring, gedateerd 11 mei 2004, van Administratiekantoor D overgelegd. In deze verklaring staat dat de maatschap is gevestigd op het adres X 183 en het bedrijf van appellant op het adres X 195-197. Voorts wordt verklaard dat de op de privé-balans van appellant staande gronden niet in de maatschap zijn ingebracht en dat appellant deze gronden voor zijn eigen bedrijf gebruikt.
- Op een op 13 oktober 2004 gehouden hoorzitting hebben appellant en de maatschap hun bezwaren toegelicht. Bij deze gelegenheid heeft appellant verklaard dat hij over verschillende bedrijven beschikt en dat deze feitelijk en administratief gescheiden zijn. Hierbij heeft hij aangegeven te beschikken over bewijzen van aparte rekeningnummers en ten aanzien van zijn eigen bedrijf over een eigen boekhoudrapport en aparte rekeningen van loonwerkers. Appellant is daarop verzocht deze stukken binnen twee weken toe te zenden.
- Aan dit verzoek heeft appellant niet voldaan.
- Bij besluiten van 6 december 2004 heeft verweerder de maatschap alsnog de gevraagde akkerbouwsubsidie toegekend. Hierbij heeft verweerder onder meer het volgende overwogen: