2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Bij besluit van 19 juni 2001 heeft verweerder met ingang van het verkoopseizoen 2001 het aantal premierechten van appellant met 17,2 verminderd (tot 0).
- Bij besluit van 2 november 2001 heeft verweerder het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard.
- Bij uitspraak van 10 januari 2003 heeft het College het tegen dit besluit ingediende beroep gegrond verklaard, het besluit van 2 november 2001 vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen.
- Bij besluit van 22 mei 2003 heeft verweerder opnieuw op het bezwaar van 20 juni 2001 beslist, het bezwaar gegrond verklaard en bepaald dat appellant met ingang van het verkoopseizoen 2001 beschikt over 17,2 premierechten.
- Op 18 juni 2003 heeft appellant een aanvraag ingediend om zoogkoeienpremie voor acht runderen.
- Bij brief van 25 juni 2003 is van de zijde van verweerder aan appellant, desgevraagd, medegedeeld dat hij voor het verkoopseizoen 2003 de beschikking heeft over 17,2 premierechten.
- Bij brief van 1 augustus 2003 heeft verweerder appellant bericht dat de aanvraag van 18 juni 2003 in ontvangst is genomen, waarbij wordt vermeld dat appellant voor het verkoopseizoen niet over premierechten beschikt.
- Op 28 augustus 2003 heeft appellant verweerder in kennis gesteld van de overdracht van 8,2 premierechten aan C en D.
- Bij besluit van 22 juni 2004 heeft verweerder de aanvraag van 18 juni 2003 afgewezen omdat appellant in het premiejaar 2003 niet over premierechten beschikte.
- Tegen dit besluit heeft appellant op 16 juli 2004 een bezwaarschrift ingediend. Bij dit bezwaarschrift heeft appellant naast honorering van de aanvraag zoogkoeienpremie 2003 verzocht om een schadevergoeding van € 40.000,- voor geleden materiële en immateriële schade ten gevolge van de slechte behandeling door en trage communicatie van de zijde van verweerder.
- Bij brief van 25 september 2004 heeft appellant zijn verzoek om schadevergoeding verhoogd tot een bedrag van
€ 60.000,-.
- Bij besluit van 10 maart 2005 heeft verweerder op het bezwaar beslist. Hierbij heeft verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en aan appellant een subsidie toegekend voor 8 runderen. Voorts heeft verweerder hierbij het verzoek om schadevergoeding afgewezen onder overweging dat er met betrekking tot de bezwaarfase door appellant geen kosten zijn gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
- Bij besluit van 20 mei 2005 heeft verweerder het verzoek van appellant om schadevergoeding afgewezen. Hierbij heeft verweerder onder meer het volgende overwogen: