ECLI:NL:CBB:2005:AU5522
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging registratiebesluit vloerenbedrijf wegens onvoldoende onderzoek naar feitelijke werkzaamheden
Bolidt Kunststoftoepassing B.V. werd door het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud geregistreerd als vloerenbedrijf, ondanks eerdere uitspraken waarin de registratie onrechtmatig werd bevonden vanwege het niet aanbrengen van vloercoatings met een dikte van ten minste 5 millimeter. Verweerder baseerde de registratie op een gewijzigde interpretatie van het begrip dekvloer, waarbij het 5 mm-criterium niet langer als doorslaggevend werd gezien en verwees naar het Instellingsbesluit 2002 en de norm NEN-EN 13318.
Appellante stelde dat zij zelf geen vloersystemen met een dikte van 5 millimeter of meer aanbrengt en dat dergelijke werkzaamheden worden uitbesteed aan onderaannemers. Het College oordeelde dat het 5 mm-criterium nog steeds beslissend is voor de kwalificatie als vloerenbedrijf en dat het verweerder ontbrak aan voldoende bewijs dat appellante zelf dergelijke dekvloeren vervaardigt. Tevens werd bevestigd dat registratie slechts mogelijk is indien de feitelijke bedrijvigheid door de onderneming zelf wordt uitgeoefend.
Omdat verweerder nagelaten had een zorgvuldig onderzoek te verrichten naar de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden door appellante, was het bestreden besluit niet zorgvuldig en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het registratiebesluit van 25 augustus 2004 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar feitelijke werkzaamheden.