ECLI:NL:CBB:2005:AU5523
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.A.B. Dorst-Tatomir
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffing heffing dieren op grond van heffingsverordeningen 2000-2002
Appellante, Slachterij Grossierderij Wouters B.V., maakte bezwaar tegen naheffingen opgelegd door het Productschap Vee en Vlees over de jaren 2000, 2001 en 2002. De naheffingen betroffen vermeende onjuiste opgave van het aantal dieren in heffingsvrije categorieën 5 en 6, die volgens verweerder te hoog waren opgegeven ten opzichte van categorieën 1 tot en met 4.
Verweerder baseerde zich op controlegegevens, waaronder slachtlijsten en overzichten van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, en hanteerde een schatting dat circa 2% van de geslachte runderen noodslachtingen betrof. Appellante betoogde dat het werkelijke aantal noodslachtingen hoger lag, omdat alle dieren geslacht in de bijzondere slachtplaats als noodslachtingen moesten worden beschouwd.
Het College oordeelde dat de definitie van 'in nood geslacht dier' aansluit bij de Vleeskeuringswet en dat dieren in categorieën 1 tot en met 4 niet als zodanig kunnen worden aangemerkt. Het beroep van appellante faalde omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde 2%-norm onredelijk was en dat de administratie onvoldoende duidelijkheid bood over het aantal dieren in categorieën 5 en 6.
Het College bevestigde dat verweerder terecht een schatting op grond van artikel 11b van de Verordening Algemene Bepalingen Heffingen heeft toegepast en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de naheffing wordt ongegrond verklaard en de schatting van 2% noodslachtingen bevestigd.