ECLI:NL:CBB:2005:AU5561
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering ontheffing ingrijpende renovatie elektriciteitsproductie
Appellante, een producent van duurzame elektriciteit uit stortgas, had een ontheffing gevraagd op grond van artikel 72s, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, omdat haar productie-installatie uit 1995 in de periode 2001-2004 stapsgewijs was gerenoveerd. Verweerder had de ontheffing geweigerd omdat de essentiële onderdelen, motoren en generatoren, niet gezamenlijk in nieuwstaat waren gebracht, maar gefaseerd over een periode van ruim tweeëneenhalf jaar.
Appellante voerde aan dat de wet en regeling geen gezamenlijkheidsvereiste kennen en dat de gefaseerde renovatie bedrijfseconomisch verantwoord was en leidde tot een verlengde levensduur van de installatie. Verweerder stelde dat de gefaseerde renovatie neerkwam op regulier onderhoud en niet voldeed aan het criterium van een ingrijpende renovatie die de installatie op een bepaald moment in nieuwstaat brengt.
Het College oordeelde dat de renovatiewerkzaamheden van de essentiële onderdelen in een zekere samenhang in de tijd moeten plaatsvinden en dat een tijdspanne van ruim tweeëneenhalf jaar te lang is om van een ingrijpende renovatie te spreken. Er was geen moment waarop de gehele installatie in nieuwstaat verkeerde. De keuze van appellante voor gefaseerde renovatie om bedrijfseconomische redenen was niet relevant voor de beoordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de ontheffing bevestigd.