ECLI:NL:CBB:2005:AU7838
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen uitsluiting en terugvordering slachtpremie op grond van Regeling dierlijke EG-premies
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de minister waarbij zij werd uitgesloten van slachtpremie en een bedrag moest terugbetalen vanwege het niet bewaren van het bedrijfsregister gedurende drie jaar, wat controle onmogelijk maakte. Het College oordeelt dat de weigering van premie en de opgelegde uitsluiting terecht zijn, omdat de controlevereisten niet zijn nageleefd.
Het College constateert een procedurele fout bij het besluit van 18 juni 2004, dat abusievelijk niet in eerdere besluiten werd betrokken, maar deze is hersteld in een later besluit. De belangenafweging is in het kader van gebonden Europese subsidiebeschikkingen niet aan de orde en de sancties zijn niet onredelijk of disproportioneel.
Verder wordt geoordeeld dat de kostenvergoeding voor bezwaarprocedures na het onrechtmatige besluit van 18 juni 2004 terecht is toegekend, terwijl eerdere proceshandelingen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.