ECLI:NL:CBB:2005:AU7842
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering akkerbouwsubsidie wegens niet-premiewaardig perceel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een eerdere toekenning van akkerbouwsubsidie over het jaar 2000 is herzien en een deel van de subsidie is teruggevorderd. Het geschil betreft de vraag of een perceel dat appellant heeft opgegeven als akkerland, maar dat volgens teledetectiecontrole niet aan de voorwaarden voldoet, toch voor subsidie in aanmerking kan komen omdat het is verkregen in een ruilverkaveling.
Het College stelt vast dat het perceel niet voldoet aan de definitie van akkerland volgens de geldende Europese verordeningen en dat appellant geen voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verkregen voor het vervangen van het perceel, zoals vereist in de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen. Ook het betoog van appellant dat de terugvordering onredelijk en onevenredig is, wordt verworpen op grond van het evenredigheidsbeginsel en jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Het College benadrukt dat de terugvordering verplicht is op grond van Europese regelgeving en dat geen sprake is van een fout van de bevoegde instantie die redelijkerwijs niet door appellant kon worden ontdekt. De stelling dat appellant geen schuld treft wordt verworpen omdat hij onvoldoende bewijs heeft geleverd dat aan de materiële voorwaarden voor vervanging is voldaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van akkerbouwsubsidie wordt ongegrond verklaard.