ECLI:NL:CBB:2005:AU8267
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtmaatregel schriftelijke waarschuwing wegens intimiderende brief door registeraccountant
In deze zaak heeft een registeraccountant (appellante) beroep ingesteld tegen een tuchtmaatregel van de Raad van Tucht, die haar een schriftelijke waarschuwing oplegde wegens het in rekening brengen van niet-opgedragen werkzaamheden en het intimiderend bejegenen van een klager.
De Raad van Tucht had geoordeeld dat appellante mede verantwoordelijk was voor de gedragingen van het administratiekantoor E, mede vanwege een brief waarin zij zich afficheerde als mede leidinggevende registeraccountant. Het College van Beroep oordeelt echter dat appellante niet als zodanig heeft opgetreden, omdat de brief niet door haar was ondertekend en zij expliciet had verzocht de betreffende passage te verwijderen. Hierdoor vernietigt het College het oordeel over de medeverantwoordelijkheid en verklaart dat deel van de klacht ongegrond.
Tegelijkertijd bevestigt het College dat de brief van 26 juni 2003 aan de klager intimiderend was en schadelijk voor de eer van de stand der registeraccountants, en handhaaft de opgelegde maatregel van schriftelijke waarschuwing. Het beroep wordt daarom deels gegrond verklaard en deels verworpen, waarbij de zaak zelf wordt afgedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en de schriftelijke waarschuwing gehandhaafd wegens de intimiderende brief.