ECLI:NL:CBB:2005:AV0079
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over toekenning extra pluimveerechten op grond van de Meststoffenwet
Appellante, een bedrijf in de pluimveehouderij, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de toekenning van extra pluimveerechten. Het geschil betrof de berekening van de omvang van het pluimveerecht op grond van de Meststoffenwet en het Uitvoeringsbesluit pluimveerechten.
De kern van het geschil was dat appellante meende recht te hebben op een hoger aantal pluimveerechten dan door verweerder toegekend. Verweerder had de berekening gebaseerd op het verschil tussen oude en nieuwe milieuvergunningen en de bijbehorende fosfaatproductierechten, zoals voorgeschreven in artikel 58k van de Meststoffenwet en artikel 4 van Pro het Uitvoeringsbesluit.
Het College stelde vast dat de berekening strikt volgens de wettelijke bepalingen was uitgevoerd en dat verweerder geen discretionaire ruimte had om hiervan af te wijken of rekening te houden met latente rechten of later aangekochte mestproductierechten die niet tijdig waren benut. De berekening was gebaseerd op de milieuvergunningen en de fosfaathoeveelheden die volgens de regelgeving relevant waren.
Daarom werd het beroep van appellante ongegrond verklaard en werd bevestigd dat zij niet meer pluimveerechten kon krijgen dan reeds toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit over de toekenning van pluimveerechten blijft in stand.