ECLI:NL:CBB:2006:AV0326
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van superheffing en administratieverplichtingen bij biologisch melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en zuivelbedrijf waarbij zij biologische zuivelproducten produceert. Voor de heffingsperiode 1998/1999 was haar melkveebedrijf nog niet volledig biologisch gecertificeerd, waardoor zij melk van derden aankocht die wel biologisch was. Deze melk werd gescheiden opgeslagen en gebruikt voor biologische zuivelproductie. Verweerder paste de evenredigheidsmethode toe om de hoeveelheid melkequivalent vast te stellen waarover superheffing verschuldigd was, omdat appellante geen gescheiden administratie voerde over het gebruik van eigen versus aangekochte melk.
Appellante voerde aan dat de evenredigheidsmethode onjuist was en dat zij niet verplicht was een dergelijke gescheiden administratie te voeren. Tevens stelde zij dat de superheffing onterecht werd geheven over melk die al op de markt was gebracht. Het College oordeelde dat appellante wel gehouden was een administratie te voeren die inzicht geeft in het gebruik van aangekochte melk voor rechtstreeks verkochte producten. Bij gebrek hieraan is verweerder bevoegd tot ambtshalve vaststelling over te gaan, waarbij de gekozen forfaitaire evenredigheidsmethode niet onaanvaardbaar is.
Verder concludeerde het College dat appellante onvoldoende en tegenstrijdige gegevens had verstrekt over de verwerking en levering van melk en boter, waardoor geen afwijkende berekening kon worden vastgesteld. Ook werd het beroep op eerdere uitspraken en het ontbreken van waarschuwingen door de inspectiedienst verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve vaststelling van melkequivalenten voor superheffing wordt ongegrond verklaard.