ECLI:NL:CBB:2006:AV0360
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toezicht en vernietiging runderen met verboden stoffen
Verzoekster exploiteert een rundveebedrijf waarop verboden stoffen zijn aangetroffen in haarmonsters van runderen. Op grond van Europese richtlijnen en nationale regelgeving heeft de Minister van Landbouw het bedrijf onder officieel toezicht geplaatst en besloten de positief geteste runderen uit de handel te nemen en te vernietigen.
Verzoekster betwist de aanwezigheid van verboden stoffen en stelt dat zij niet tijdig over de onderliggende stukken beschikte en dat nader onderzoek in een erkend laboratorium in Frankrijk moet plaatsvinden. Zij vordert opheffing van het toezicht en opschorting van de vernietiging.
Het College oordeelt dat de minister op grond van Richtlijn 96/22/EG en Richtlijn 96/23/EG en de Regeling terecht het bedrijf onder toezicht heeft gesteld en de vernietiging heeft bevolen. Het tijdsverloop tussen de vaststelling van de verboden stoffen en het toezicht is niet onredelijk. Verzoekster heeft de mogelijkheid gehad een contra-expertise te vragen maar heeft dit nagelaten. De keuzemogelijkheid om de overige dieren te laten onderzoeken of te laten vernietigen is conform de richtlijn. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het toezicht en de vernietiging van runderen wordt afgewezen.