ECLI:NL:CBB:2006:AV0518
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.O. Kerkmeester
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering en korting op zoogkoeienpremie op grond van Regeling dierlijke EG-premies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin een eerdere toekenning van zoogkoeienpremies werd ingetrokken en een korting werd opgelegd vanwege vijf dieren die niet aan de premievoorwaarden voldeden. Twee dieren waren binnen de aanhoudperiode afgevoerd en drie dieren hadden niet gekalfd binnen de vereiste periode.
Appellante voerde aan dat zij deze dieren tijdig had vervangen en de vervangingen aan de uitvoeringsorganisatie LASER had gemeld, maar verweerder stelde dat geen vervangingsverklaringen waren ontvangen. Tevens stelde appellante dat de afkalfperiode later was verruimd, maar verweerder had de aanvraag al aan deze verruimde norm getoetst.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat de vervangingsverklaringen tijdig waren ontvangen en dat eventuele postproblemen voor haar risico waren. De verruiming van de afkalfperiode bood geen grond voor toewijzing, omdat de toetsing reeds op die norm was gebaseerd. Het College verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering en korting.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en korting op de zoogkoeienpremie worden bevestigd.