ECLI:NL:CBB:2006:AV1534
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid nationale douaneautoriteit bij verzoeken tot kwijtschelding antidumpingheffing
In deze zaak heeft appellante beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarin verzoeken tot kwijtschelding van antidumpingheffing werden afgewezen. Appellante stelde dat de beslissing over de algemene billijkheidsclausule uitsluitend aan de Europese Commissie toekomt en dat het dossier daarom door verweerder aan de Commissie had moeten worden voorgelegd.
Het College heeft vastgesteld dat de nationale douaneautoriteiten in eerste instantie bevoegd zijn om te beslissen over verzoeken tot terugbetaling of kwijtschelding van rechten, zoals bedoeld in artikel 239 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW). Alleen indien het verzoek vergezeld gaat van bewijsstukken die bijzondere omstandigheden aantonen en aan bepaalde criteria voldoet, dient het dossier te worden doorverwezen naar de Commissie.
Appellante heeft geen inhoudelijke grieven tegen de afwijzing van haar verzoeken ingebracht, maar enkel geklaagd over het niet doorverwijzen van het dossier. Het College heeft geoordeeld dat de nationale autoriteit een marginale toets uitvoert en dat het niet aan haar is om definitief vast te stellen of sprake is van een bijzondere situatie die kwijtschelding door de Commissie rechtvaardigt.
Op grond van de toepasselijke regelgeving en jurisprudentie van het Hof van Justitie concludeert het College dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.