ECLI:NL:CBB:2006:AV2108
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in mededingingszaak
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een mededingingszaak tegen Nuon en Essent. Centraal stond de vraag of de kennisneming van bepaalde stukken beperkt mocht worden vanwege vertrouwelijkheid. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beoordeelde dit op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het College weegt het belang van transparantie en gelijke informatievoorziening af tegen het belang van bescherming van vertrouwelijke en concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens. Het oordeelt dat voor een groot aantal stukken, waaronder bedrijfsvertrouwelijke gegevens en marktstrategieën van Nuon, Essent en derden, gewichtige redenen bestaan om kennisneming te beperken. Ook stukken die onevenredige bevoordeling zouden kunnen veroorzaken, worden beperkt.
Daarnaast wordt correspondentie tussen de NMa en partijen over vertrouwelijkheid niet als op de zaak betrekking hebbende stukken aangemerkt en wordt deze teruggezonden. Het College besluit dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is voor de genoemde stukken en vraagt toestemming van de andere partijen om uitspraak te doen mede op basis van deze stukken.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van vertrouwelijke en concurrentiegevoelige stukken door de NMa is gerechtvaardigd.